Congo - ondersteuning cacaocoöperaties

In mei 2014 heeft Ingenieurs zonder Grenzen (IzG) een missie uitgevoerd in de Democratische Republiek Congo. Het project kwam tot stand op vraag van TRIAS, een Vlaamse ontwikkelingsorganisatie die wereldwijd meer dan één miljoen ondernemende mensen ondersteunt. In Congo zorgt TRIAS onder meer voor de omkadering van 4 cacaocoöperaties. In 2009 startte de eerste coöperatie in de regio Bas-Congo, de overige 3 werden een 100-tal km ten NO van Kinshasa in de regio rond het Lac Maï-Ndombe opgestart. Het was in deze laatste regio, meer bepaald in Inongo, dat Ellen Huizenga en Evelyne Blondeel – beiden bio-ingenieur van opleiding – 3 weken op missie gingen. Het project had in de eerste plaats betrekking op de optimalisatie van de zonnedroogmethode van de cacaobonen.

Congo staat niet meteen op de hot-list van cacao-producerende landen. Toch konden deze 4 Congolese cacaocoöperaties de laatste jaren tot significante opbrengsten komen. En dit niet alleen omwille van het gunstig klimaat, maar ook dankzij professionele opleidingen en de uitwisseling van ervaringen, zowel tussen de boeren als tussen de coöperaties. Maar hoge opbrengsten zijn niet voldoende want na de oogst moeten de bonen eerst gefermenteerd en vervolgens gedroogd worden om tot kwalitatieve cacao te komen, die klaar is voor de markt. Het drogen gebeurt door middel van de zon en wordt zowel in Bas-Congo als rond Lac Maï-Ndombe bemoeilijkt door de hoge luchtvochtigheid, vooral in het regenseizoen. Wanneer de bonen niet optimaal gedroogd worden, vertonen ze schimmels, wat op de markt tot lagere afzetprijzen leidt.

De voorbereiding in België bestond voornamelijk uit het raadplegen van verschillende bronnen, zowel mondeling als uit de literatuur, en het aankopen van de nodige materialen. Zo werden Ellen en Evelyne niet alleen vergezeld van de nodige voorraad muggenmelk, maar ook van een meteo-station, pH-, T- en vochtigheidsmeters en de cacao-bijbel van Wood & Lass. Eens ter plaatse in Inongo, konden ze op een enorm goede omkadering rekenen, waardoor de anemometer van het meteo-station reeds na één dag – een zondag dan nog wel – vrolijk stond te draaien aan de oevers van Lac Maï-Ndombe. Op dag twee vond onder begeleiding van Sylvain en Maman Charlotte de prospectie van twee cacao-sites, deze van Ibali en Bongemba, plaats. Zo geschiedde, op de derde dag werd een lading vers gefermenteerde bonen van Ibali per canot rapide naar Bongemba vervoerd om de verschillende droog-experimenten aan te vatten. Bongemba was immers de dichtstbij gelegen site en bovendien niet alleen per boot maar ook per moto bereikbaar, wat later nog een welkom geschenk zou blijken. Maar omdat Bongemba tegelijk ook één van de kleinste sites is en het cacao-seizoen bovendien stilaan op zijn einde begon te lopen, dienden er extra natte bonen vanuit Ibali aangevoerd te worden.

De site van Bongemba beschikte reeds over twee rijen droogtafels van elk een 6-tal m lang, beiden overdekt in een halfopen serre. Dankzij compagnon de route Maman Charlotte verliep het contact met de cacaoboeren – les fermenteurs – meteen zeer vlot en konden de eerste namiddag twee rijen tafels bijgebouwd worden in open lucht. Wat IZG’s kleine teen vooraf vermoedde, bleek in praktijk namelijk snel bevestigd, het drogen werd best geoptimaliseerd door enkel de zonnewarmte zo efficiënt mogelijk te benutten. En dus niet door het inzetten van bijvoorbeeld houtvuren of ventilatoren, beiden allerminst duurzame oplossingen. Neen, het drogen kon o.a. geoptimaliseerd worden door de bamboematten als droogvlak te vervangen door zonnestralen absorberende of reflecterende materialen, en verder ook door het gebruik van droogtafels open aan de lucht met de mogelijkheid tot afdekken tijdens de vochtige nachten en periodes van regen. Ook het wassen van de natte bonen ná fermentatie en vóór drogen, kon bijdragen tot meer kwaliteitsvolle cacao.

Naast Maman Charlotte bleek ook DICKEY-john een onmisbare collega. De DICKEY-john is een toestel waarmee snel en eenvoudig het vochtgehalte van o.a. maïs, soja en cacaobonen kan gemeten worden. Voor cacaobonen dient het vochtgehalte minder dan 8% te bedragen alvorens ze in zakken gestockeerd en daarna geëxporteerd mogen worden. Dankzij de DICKEY-john kan het droogproces nauwkeurig opgevolgd en geëvalueerd worden. Naast het vochtgehalte in de bonen, werd ook de omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid continu opgemeten, zowel met behulp van mobiele meters te Bongemba als via het vaste meteo-station te Inongo. Het samenbrengen en vergelijk van al deze meetresultaten, gaf duidelijk aan dat de bonen overdag aan de zon moeten worden blootgesteld, maar ’s nachts ten allen tijde afgedekt moeten worden.

Op vraag van de cacaocoöperaties ging de grootste aandacht naar de optimalisatie van het droogproces, maar ook de fermentatie en de stockage werden opgevolgd. De fermentatie bleek zowel op de grotere als kleinere sites – respectievelijk in bakken en zakken – goed te verlopen. De vereiste handelingen voor een gunstige fermentatie werden door les fermenteurs nageleefd, waardoor een fermentatietemperatuur van 50 °C bereikt kon worden. Na telkens een kleine week fermentatie, kan het drogen dus aanvangen met goed gefermenteerde bonen. Aangezien vervolgens het drogen van de bonen tot een vochtgehalte van minder dan 8% mogelijk bleek, werd ook de manier van stockage bestudeerd om mogelijks een verklaring te vinden voor de schimmelgroei op de cacaobonen.

Op de sites worden de gedroogde bonen in zakken van 100 kilo verpakt en gestockeerd in afwachting van de gecombineerde export aan het einde van het seizoen. De eerst gedroogde bonen van een nieuw seizoen worden zo tot 3 maanden gestockeerd. Maar gezien de hoge luchtvochtigheid rond het Lac Maï-Ndombe, moeten de bonen zo snel mogelijk geëvacueerd worden, óf dienen er voorzorgsmaatregelen genomen te worden. Zo niet, nemen de bonen na het drogen opnieuw vocht op waardoor ze alsnog beschimmelen.

Na drie intense weken van discussiëren, voelen en proeven, zowel met de collega’s op de bureau als met de fermenteurs van Ibali en Bongemba, mogen we samen met hen overtuigd zijn van een toekomst met meer en betere Congolese cacao. De coöperaties hebben de voorbije jaren reeds een intensief traject doorlopen, maar kunnen met de kennis en ánimo die er is, zeker verder optimaliseren en groeien. Want ook al zorgen de speculaties op de markt voor sterk schommelende prijzen, nu ook in groeilanden als China de honger naar chocolade aangewakkerd wordt, zullen de kopers in de haven van Matadi nog niet gauw met de noorderzon verdwijnen. Daarom, voor alle cacaoboeren van Bas-Congo en Lac Maï-Ndombe: ”Courage, courage!”

Year: 
CD Democratic Republic of the Congo